Hennep voor touw

Hennepteelt heeft in de laatste decennia een betekenis gekregen die wel heel anders is dan in de voorgaande eeuwen. De hennepteelt in de Lopiker- en Krimpenerwaard en in het Land van Woerden had toen namelijk te maken met de touwproductie. Hennep is geen inheems gewas in Nederland: het is afkomstig uit Azië.
Er zijn diverse soorten hennep, variërend van soorten die meer vezels produceren tot soorten waarvan de vrouwelijke variant hasjiesj produceert. Het Nederlandse klimaat is meer geschikt voor de vezelproducerende plant.

lijndraaijer

Hennep ontwikkelt een diepdoordringend wortelstelsel, dat de structuur van de grond verbetert. Als bij de oogst de plant niet wordt uitgetrokken maar gesneden, blijft een veld van verteerbare stoppels achter en ook dit draagt bij tot de verbetering van de bodemstructuur. Hennep groeit in een korte periode tot een hoogte van twee tot drie meter, zodat het ondergroeiende onkruid verstikt. Het kan jaren achtereen op hetzelfde perceel worden verbouwd.

De boeren leggen in de zestiende en zeventiende eeuw speciale hennepwerven of ‘henneptuynen’ voor deze teelt. Dit zijn kleine percelen grond, omringd door sloten en meestal direct naast de boerderij. De vezelhennep wordt verwerkt tot garen voor scheepstouw, visnetten en zeilen.

Wateroverlast

De hennepteelt is eigenlijk een gevolg van afwateringsproblemen in de polders en geen eerste keuze van de boeren. De grond wordt namelijk na de ontginning gebruikt als akkerland. Sloten en weteringen zorgen voor de afwatering. Al snel begint de bodem in te klinken, zodat het land te drassig wordt voor akkerbouw. Er worden boezems aangelegd om het water beter af te kunnen voeren naar de rivieren. Na verloop van tijd wordt de natuurlijke afwatering van de boezems onmogelijk. Molens houden dan het waterpeil op een aanvaardbaar niveau. Maar inmiddels is de meeste grond toch niet meer geschikt voor akkerbouw. De boeren beginnen met veeteelt en ze combineren dat met de teelt van hennep. Hennep groeit uitstekend op de drassige poldergrond, vooral wanneer de mest van het vee op de ‘hennepwerfjes’ is opgebracht. Rond 1500 is de teelt van hennep heel belangrijk geworden. Hoe meer de visserij en de scheepvaart zich ontwikkelen, hoe meer vraag er komt naar touw en dus naar hennep.

 

Het jaarschema van de boer:

Voorjaar

Het jaar kent voor de boer een vaste indeling. Tussen 1 februari en 1 mei kalven de koeien. De melkproductie komt dan op gang. In mei zaait de boer zijn hennepland in. De koeien kunnen naar buiten zodra er genoeg gras groeit. Er wordt een stier bij de koeien gelaten, zodat ze weer drachtig raken.

Zomer

Eind juli oogst de boer de mannelijke hennepplanten, maar de vrouwelijke planten moeten nog een maand blijven staan. De gerooide of gesneden hennepplanten worden op bossen gebonden en in de sloot gelegd om te ‘roten’. Dat dient om de hennepvezel los te maken van de houtige kern van de plant. Roten geeft een enorme stank. De boeren nemen dat maar voor lief: het is tenslotte hun inkomen! Voorbijgangers denken er soms wel anders over en leggen de zweep over de paarden om zo snel mogelijk weg te komen. Schout en schepenen van de dorpen trekken zich ook niets aan van de stank, maar toch zijn er wel regels. Het is verboden om hennep te laten roten in de sloten langs de wegen om de doorgang voor de schouwen niet te belemmeren. Na een dag of tien wordt de hennep te drogen gezet tegen de knotwilgen of tegen een speciale stelling. Dan droogt de boer de hennep nog eens extra boven vuur. Zo is de hennep kurkdroog voor de volgende behandeling: het ‘braken’. Met de braak worden de hennepstengels gebroken zodat houtpijp en vezel worden gescheiden. Het drogen boven vuur en het braken gebeurt in een speciale ‘braakhut’ vanwege het brandgevaar. Zo’n braakhut staat namelijk op een apart erf, zodat het vuur niet naar de hoeve over kan slaan. Om de houtresten te verwijderen, haalde de boer de hennep na het braken nog door de ‘hekel’. Een braak en een hekel kunnen door de boer zelf worden gemaakt. Een braak bestaat uit twee planken voorzien van balkjes die in elkaar vallen. Een hekel is gemaakt van een houten balk waarop spijkers staan. De boer gebruikt in principe alleen een grove hekel. Al met al: een bewerkelijke procedure voordat de boer zijn eerste oogst klaar heeft voor de verkoop.

Herfst

Inmiddels is het al najaar geworden en de boer zet zijn koeien weer op stal. De melkgift zakt en uiteindelijk staat de koe ‘droog’. De laatste drie maanden voor het kalven kan de koe dan haar voer gebruiken voor het groeiende kalf. De boer slacht zijn varken, rooit zijn knollen en plukt de appels en de winter kan komen.

Winter

Als het boerengezin ‘s winters trek in vers vlees heeft of extra geld nodig heeft, dan is de boer blij als hij een eendenkooi bezit. En werk is er ook nog. Voor de vrouwelijke hennepplanten is in het najaar maar weinig tijd geweest. Voordat ze zijn geroot, is al wel het zaad gedorst. Dat is nodig om te zaaien, maar er kan ook olie van gemaakt worden. De stengels van vrouwelijke planten zijn te dik om te braken en ze moeten dus geschild worden. ‘Saling of schil hennip’ wordt dat genoemd en meestal staan ze in februari nog in de schuur om verwerkt te worden. En ondertussen begint dan het kalven van de koeien en dan is er voor de boer weer een jaar verstreken…